Fotografie Tips 2:

Foto-Leo Huijzer

Fotograferen is niet alleen wat je in beeld brengt, maar vooral hoe je het in beeld brengt!

 

Hoe maak je een goede foto?

 

Vervolg:

 

Alle hedendaagse digitale camera's hebben verschillende keuzeknoppen voor diversen instellingen.

Zoals de automatische stand, half automatisch, diafragma, sluitertijd en de manual stand.

Daarbij hebben de moderne camera's ook diversen voorgeprogrammeerde keuze standen zoals: flitser,close up, portret,landschap,sport enz. Deze keuze knoppen spreken denk ik voor zich.

Ook heeft vrijwel elke camera een zogenaamde iso knop en +- correctie knop.

 

De keuzeknoppen zijn per merk camera iets verschillend wat de afbeelding of letters betreft.

De automatische stand wordt op vrijwel elke camera weergegeven in de kleur groen, met de afbeelding van een camera, of het woord: auto, of er staat a+ of het is een rechthoek in het groen.

In deze stand zal de camera zelf de belichting (diafragma en sluitertijd) vaststellen.

Als er te weinig licht is, zal in deze stand de ingebouwde flitser aangaan om het onderwerp extra te belichten.

 

De half automatische stand wordt op vrijwel elke camera in een P weergegeven, dat staat voor programm.

Met deze stand maak de camera dezelfde foto als in de automatische stand,tenzij je zelf het diafragma en of sluitertijd bijsteld, want dat kan in deze stand.

 

In de stand A (Aperture) of Av (Aperture Value) kies je voor het instellen van het diafragma.

De diafragma opening bepaald hoeveel licht er op je sensor in je camera valt.

Als je deze stand kiest dan past de camera zelf de sluitertijd aan op jou ingestelde diafragma keuze.

 

Deze stand wordt door veel fotografen gebruikt, omdat je hiermee de scherpte en het licht kan instellen zoals jij die wilt hebben.

Het diafragma wordt aangegeven met een f/ getal, daarbij is een laag f getal, bijvoorbeeld f/2.8 juist een groot diafragma opening.

Daarmee kan je het onderwerp scherp in beeld brengen, maar de achtergrond onscherp.

Een groot diafragma zorgt ook voor meer licht op je onderwerp.

Als je meer scherpte in de gehele compositie wilt hebben dus ook de achtergrond, dan kies je voor een groot f getal, bijvoorbeeld f/8 of hoger, daarmee krijg je een klein diafragma opening, maar hiermee valt er ook minder licht op je onderwerp.

Houd daar dus rekening mee!

 

De niet spiegelreflex camera's hebben vaak een beperkt diafrgama bereik, zo ongeveer tussen f/3.2 en f/8

Terwijl je met een spiegelreflex camera een diafragma bereik van f/1,2 tot f/32 kan hebben.

Maar dit bereik is wel zeer afhankelijk van het objectief wat je gebruikt!

De lichtsterkte is per objectief anders, die kan soms maar bijvoorbeeld maximaal 3,5 zijn.

.

Voor het fotograferen met de sluitertijd gebruik je de keuzeknop S (Shutter Priority) of Tv (Time Value)

Met deze stand kan kies je er voor hoe lang er licht op de sensor komt.

Als je deze stand kiest dan past de camera het diafragma aan.

.

Als je bewegende beelden in bevroren stand vast wilt leggen, doe je dat het best met een snelle sluitertijd.

Bijvoorbeeld een bewegend voertuig, afhankelijk van het (dag)licht kan je dan een sluitertijd ergens tussen de 1/2000 en 1/250 gebruiken.

Een langere sluitertijd kan je bijvoorbeeld gebruiken als je van het bewegende onderwerp juist de beweging in beeld wilt brengen.

Denk dan aan een sluitertijd ergens tussen de 1/250 en 1/15, het is vaak nodig om het bewegende onderwerp te volgen met je camera.

Een ander voorbeeld is bewegend water, denk hierbij aan een waterval of het water van de zee of een rivier.

Dit is een geliefd onderwerp om met een langere sluitertijd vast teleggen, dat kan je vanaf een vast standpunt doen.

Ook voor het vastleggen van onderwerpen in weinig licht (binnen of avond opname) gebruik je een lange sluitertijd.

Dit zorgt er wel voor dat je dan vaak een statief moet gebruiken, omdat je uit de hand een bewogen onscherpe foto krijgt.

Ongeveer vanaf een sluitertijd van 1/60 of nog langer, kan je niet meer uit de hand fotograferen.

Werken met de sluitertijd vergt wel wat oefening.

 

De M keuzeknop op je camera staat voor manual, hiermee kan je zelf het diafragma en de sluitertijd tegelijk beïnvloeden.

Hiermee verleg je de grenzen van diafragma en sluiterijd die je camera normaal gesproken aanhoud.

Bijvoorbeeld bij tegenlicht opnames, of als je werkt met externe flitsers zoals in een studio, dan is het vaak wel nodig om de M stand te gebruiken.

Het vergt wel wat oefening om in deze stand foto's te maken.

Het verschilt per merk camera hoe die instellingen voor de M stand precies werkt, dat kan bijvoorbeeld door middel van een extra (draai)knop.

 

Een ander belangrijke knop op je camera is de iso knop, deze knop beïnvloedt het licht wat je sensor opneemt.

Door de iso waarden te verhogen gaat je sluitertijd naar beneden, waardoor je een snellere foto kan maken.

Dit is bijvoorbeeld erg handig als je ergens binnen foto's wilt maken bij weinig licht en zonder flits en of statief.

Houd er wel rekening mee dat een hogere iso er voor zorgt dat er (meer) zichtbare ruis in de foto komt.

Een waarde van 100 iso is standaard, sommige camera's kunnen tot 12800 iso of nog hoger aan.

 

Dan is er nog de +- correctie knop, hiermee kan je nog eens meer of minder licht in je opname instellen.

Met de + stand wordt je foto met elke stap die je daarin kiest lichter, en in de - stand wordt je foto elke stap donkerder.

Deze knop gebruik je normaal gesproken altijd, zeker als jij je foto goed belicht wilt hebben.

Dit kan in bijna elke keuze stand, behalve als de keuze stand op automatisch staat.

 

Voor nog meer info, zie: Fotografeer Tips 3.